Een vreemdeling in de Trans SiberiŽ Expres

Een vreemdeling in de Trans SiberiŽ Expres


Afb. 1. De Trans Siberische Spoorweg

In de vorige aflevering van de Grunopost vond u een uitgebreid artikel over de aanleg en de moeizame totstandkoming van de 9297 km lange Trans SiberiŽ spoorlijn. De verhalen over deze langste spoorlijn ter wereld hebben me altijd gefascineerd en toen ik in 1993 de kans kreeg zelf een keer op deze trein te stappen, heb ik geen moment geaarzeld. Op 11 juli kwam ik in Moskou aan waar ik werd ondergebracht in hotel Kosmos met het uitzicht op het standbeeld voor de Russische kosmonauten dat in de volksmond "De droom van de impotente" heet. (afb. 2) Welkom in Rusland!


Afb. 2. De Trans Siberische Spoorweg

Als je toch in Moskou bent, ga je uiteraard de bekende toeristische plaatsen bekijken: het Rode Plein, het Kremlin, het Novodivitsiklooster en het misschien iets minder bekende maar in Rusland beroemde warenhuis Gum aan het Rode Plein (afb. 3). De volgende dag naar het Jaroslavlstation waar het razend druk is maar waar de Rossia, zoals de Trans SiberiŽ Expres hier genoemd wordt, al klaar staat. Het is een immens lange trein met 15 wagons, elk met 9 coupťs voor 2 of 4 personen. Per wagon kunnen dus 18 tot 36 personen reizen. Aan de voor- en achterzijde van de wagon is een kleine toiletruimte, vergelijkbaar met die in Nederlandse treinen. Het is een hele kunst je in een schommelende trein bij een wasbakje van 30 bij 30 cm goed op te frissen. Maar comfort is er ook: in elke wagon staat voorin een soort elektrische samovar waar je dag en nacht gratis warm water voor thee en koffie kunt tappen. De maaltijden worden door niet-Russen gebruikt in een restauratiewagen. De Russen zelf nemen gewoon voor 3 of 4 dagen, afhankelijk van hun reisduur, hun eigen eten mee dat ze in de coupťs warm maken op een kookplaatje.


Afb. 3. Het imposante warenhuis Gum

Je staat in het begin wel even verbaasd te kijken want zodra de Russen bin-nenkomen gaan de nette kleren en schoenen uit en trekken ze een joggingbroek en een hemdje aan, pakken een paar pantoffels en vlijen zich neer op de (slaap)banken. Waar wij gewend zijn na een paar uur op de plaats van bestemming te zijn, vinden zij het heel gewoon dat je daar een paar dagen over doet. Daar passen ze zich dus gewoon bij aan, zowel wat eten als kleding betreft. Alleen op de balkons mag gerookt worden en dat gebeurt met volle overgave met als gevolg dat de tocht naar de restauratiewagen een soort hindernisbaan wordt met om de minuut een diepblauwe stinkende barriŤre waar je doorheen moet. De restauratie is erg eenvoudig; mij is het een paar keer overkomen dat de koks (in interlock) me vroegen even op te staan omdat onder in de klepbank waarop ik zat, de broden voor de maaltijd lagen. Het menu bestaat voornamelijk uit soep, brood, rijst met vlees en een beetje groente. Passagiers die eens wat anders willen, komen gemakkelijk aan hun trekken; op ieder station staan vrouwen die etenswaren te koop aanbieden. Brood, vlees, kip, gebakken aardappelen, aardappelkoekjes vaak nog warm. Soms hebben ze zelfs een warmhoudkacheltje bij zich om hun waar op temperatuur te houden. Natuurlijk is ook overal bier en frisdrank te krijgen voor een paar roebels.


Afb. 4. Vrouwen die etenswaren aanbieden

Na het vertrek van de trein is er alle tijd om je te installeren, kennis te maken met je medepassagiers en op onderzoek uit te gaan in de trein. In mijn geval blijkt er ook een groep Duitsers mee te reizen die deze tocht voortzetten naar Peking en Sjanghai en vandaar naar Amerika vliegen, door de Verenigde Sta-ten treinen en dan weer naar Europa terugkeren. Een echte wereldreis dus waar ze 6 weken voor hebben uitgetrokken. Maar natuurlijk is het Russische landschap voorlopig belangrijker. De eerste kleine 300 km tot Jaroslavl doet nog West-Europees aan met weilanden en afwisselend bossen. We rijden hier door een industriegebied met olieraffinaderijen en zware industrie maar de treinreiziger wordt het zicht hierop zorgvuldig ontnomen door tactisch ge-plaatste boomwallen en bosschages. Maar het valt wel te ruiken! Het grootste deel van Europees Rusland langs de spoorlijn bestaat uit moeraswouden (taiga) met tienduizenden berkenbomen. Na 1700 km wordt het onrustig in de trein, iedereen staat te dringen want na 1776 km passeren we de grens tussen Europa en AziŽ die gemarkeerd wordt door een grote grenspaal, een 4 meter hoge witte stenen obelisk. In den blin-de geflitst want hij is voorbij voor je het weet. Gelukkig staat hij ook op een postwaardestuk van de Sovjet-Unie (afb 5).

Afb. 5. De grens tussen Europa en AziŽ,
gezien vanuit de trein en op een postwaardestuk

Kort daarna (1818 km) bereiken we Jekaterinaburg, het vroegere Sverdlovsk, waar in de nacht van 16 op 17 juni 1918 tsaar Nicolaas II, zijn vrouw en zijn 3 dochters en een zoon door de bolsjewisten werden vermoord. Hun lichamen werden gedumpt in een schacht van de mijn "De Vier Gebroeders". De leider van deze moordpartij was Jacob Sverdlovsk naar wie uit dankbaarheid de stad hernoemd werd (afb. 6).


Afb. 6. 250 Jaar Sverdlovk/Jekaterineburg

In Omsk schrikken we wakker van twee groepen zigeunerkinderen die de trein zijn binnen geglipt, maar niet voor de gezelligheid. Met behulp van de provodnik, de wagonbegeleider, weten we ze weer naar buiten te krijgen. In dit geval voor hen zonder buit. Het landschap voorbij de Oeral verandert van taiga in eindeloze steppen waar boeren aan het maaien zijn. Voor ons een vreemd gezicht: ze maaien alleen die stukken waar goed gras op staat, de rest laten ze voor wat het is. Zo ontstaan de vreemdste vormen in het landschap. Daarna wordt het gras of hooi op een motor met zijspan geladen en naar de boerderij gebracht. Na 3343 km bereiken we Novosibirsk, het vroegere station aan de Ob. Van dat oorspronkelijk kleine stationnetje is Novosibirsk uitgegroeid tot de grootste stad aan de spoorlijn. (afb. 7) Het station heeft van een afstand gezien de vorm van een locomotief zoals op deze prentbriefkaart (afb. 8) is te zien. Hoewel het een groot station is steekt onze trein zowel aan de voor- als aan de achterkant tot voorbij de perrons. Helaas is er geen gelegenheid de stad in te gaan omdat de trein hier maar een kwartier stopt.


Afb. 7. Het station aan de Ob



Afb. 8. Het station van Novosibirsk



Afb. 9. Stempel van Krasnojarsk

Nadat we Krasnojarsk (afb. 9) (4104 km) zijn gepasseerd, komt 1000 km verder Irkoetsk in zicht, waar we twee dagen pauzeren. Tijdens mijn omzwervingen kom ik terecht bij een obelisk op de boulevard waar het een drukte van belang is. De obelisk blijkt een gedenkteken te zijn van de aanleg van de Trans SiberiŽ spoorlijn en het publiek is gekomen om te herdenken dat het vandaag 17 juli precies 75 jaar geleden is dat tsaar Nicolaas II en zijn familie zijn vermoord. De leiding van de bijeenkomst is in handen van een aantal kozakken in uniform die er zeer krijgshaftig uit zien en die er geen twijfel aan laten bestaan dat de tsaar voor hen de enige rechtmatige vorst van Rusland is. Het geheel wordt opgeluisterd met vlaggen en vaandels, een portret van de tsaar en een groep muzikanten met traditionele instrumenten waaronder twee grote hoorns. De herinnering aan de tsaar is dus nog duidelijk levend (afb. 10 en 11).


Afb. 10. De kozakken bij de herdenking



Afb. 11. Muzikanten bij het portret van tsaar Nicolas II

Merkwaardig is dat er geen politieman te bekennen is. Irkoetsk vertoont nog veel sporen van de periode voor de aanleg van het spoor. Er staan prachtige houten huizen uit de 19e eeuw die hun fundering op de permafrost hebben. Door de opwarming van het klimaat smelt echter de bovenlaag van de permafrost en je ziet deze huizen stuk voor stuk wegzakken in de grond. Een bezoek aan het Baikalmeer (afb. 12) maakt duidelijk waarom de aanleg van de spoorlijn hier zo lang geduurd heeft. Het is een prachtig berglandschap dat steil afloopt in het meer. Om er een traject voor de trein aan te leggen was het bijv. nodig om 41 tunnels te graven en talloze bruggen en viaducten. Hoewel de watertemperatuur maar 4 graden is, toch maar heel even gebaad: het geloof leeft dat wie in het Baikalmeer zwemt 25 jaar langer leeft!


Afb. 12. De trein rijdt langs het Baikalmeer

Na twee dagen gaat de reis weer verder, maar niet nadat we onze wagon met alles wat er maar aan poetsdoekjes te vinden was, hebben schoongemaakt. Dat was wel even nodig. Hoe verder we naar het oosten reizen hoe diverser de reizigers worden. Je ziet nu duidelijk andere rassen dan de Russen: Jakoetsen, Tsoeksjen en Korjaken met sterk Mongoolse trekken. We rijden dan ook vlak langs de grens van MongoliŽ en China. Na 8358 km stoppen we op het station van Birobidzjan, waarvan de naam niet alleen in Cyrillische letters maar ook in Hebreeuwse letters staat aangegeven (afb 13). Bira blijkt deel uit te maken van de Jevreskaja (Joodse) Autonome Republiek die Stalin in 1934 ten behoeve van de Joden stichtte. Ze kregen een gebied van 36.000 vierkante kilometer tot hun beschikking maar moesten wel gedwongen uit Europees Rusland verdwijnen. Ze werden gedeporteerd naar een 8000 km verder gelegen ballingsoord. Het loket in het stationshalletje maakt wel duidelijk dat het niet de bedoeling is weer hier vandaan te vertrekkenÖÖÖ.(afb 14). Het experiment van Stalin is na ruim een halve eeuw echter grotendeels mislukt: nog maar 10% van de bevolking is Joods.

Afb. 13 en 14. Het station en het
stationsloket van Birobidjan

Daarna gaat het snel: na nogmaals 200 km bereiken we het voorlopige eindpunt van deze trein: Khabarovsk aan de enorme rivier de Amoer met een breedte van 2,5 km (afb. 15)! Daar ontdekken we dat men nog niet overal in de Sovjet-Unie gewend is aan toeristen. Onze stadsgids, een soort vrouwe-lijke Oberfeldwebel, heeft een rondrit door de stad gepland op 6 uur s'ochtends, "want dan is het nog rustig in de stad en kunnen we alles beter zien!" Protesteren helpt niet; orders zijn orders.


Afb. 15. Khabarovsk aan de Amoer



Afb. 15a. De rivier de Amoer

Omdat Vladivostok met zijn marinehaven in 1993 nog in een gemilitariseerde zone lag was het toen niet mogelijk het laatste stuk van de spoorlijn af te leggen. Jammer ! Na de periode van de perestrojka kan dat tegenwoordig wel. Niettemin vind ik het niet erg om na 8531 km in de trein over te stappen op een vliegtuig naar St.Petersburg waar ons een heel ander soort Rusland wacht.

John Tolsma



Centrum Philatelisten Vereniging Groningen Emmastraat 5
9722 EW Groningen
Tel: 050 - 525 96 10 info@philatelist.nl